De Dirk van Eck-Stichting brengt de sociale en economische geschiedenis van Leiden en omstreken onder de aandacht van een breed publiek en zet zich in voor archiefbehoud.
Weet u een interessant boek voor een signalering? Meld het ons via het contactformulier.
Wonen om Gods wille in Leidse hofjes
Ine Leermakers en Wietske Donkersloot, Wonen om Gods wille in Leidse hofjes Uitgeverij Barabinsk, Leiden 2007. 260 p. ISBN 90-73983-20-5. € 29,95
Nog vóór de reformatie in de zestiende eeuw werden er in Leiden zeven hofjes gebouwd en tevens een gasthuis dat later als hofje functioneerde. Over deze acht oudste en nog bestaande hofjes gaat dit boek. Het gaat hier om het Jeruzalemhofje, het Groot Sionshofje, het Sint Stevenshofje, het Sint Annahofje, het Sint Janshofje, het Anna Aalmoeshuis, het Bethaniënhofje en het Elisabethgasthuishofje.
De hofjes werden gesticht door particulieren, meestal afkomstig uit de rijke burgerij en de lage adel. Hun doel was om arme oudere mensen gratis te laten wonen. In hun stichtingsakte omschreven deze weldoeners hun daad met de woorden: ‘wonen om Gods wille’. Door dergelijke werken van barmhartigheid te verrichten, konden zij niet alleen een plek in de hemel verdienen, maar ook hoge posities en aanzien op aarde.
Ieder hofje krijgt een aparte beschrijving en daarnaast worden de hofjes in een breder historisch kader geplaatst van de strijd om de armenzorg tussen Kerk en Staat en wordt gekeken welke grote veranderingen de reformatie met zich mee bracht, met name voor de hofjes.
Het boek is rijk geïllustreerd met onder andere afbeeldingen van altaarstukken van stichtersfamilies uit de zestiende eeuw en van schilderijen met bijbelse voorstellingen uit de zestiende en zeventiende eeuw. Het bevat verder illustratieve kaderteksten en bijlagen, zoals genealogieën van stichtersfamilies en de volledige correspondentie over de overname van het laatste hofje door de Hervormde Diaconie in 1862.
Lodewijk in Leiden. Geschiedenis van kerk en orgel
o.r.v. H. van Woerden, Lodewijk in Leiden. Geschiedenis van kerk en orgel Stichting Restauratie Orgels Heilige Lodewijk, Leiden 2005. 72 p. € 25,-
Omdat een orgel niet losgezien kan worden van het kerkgebouw waarin het functioneert, geeft allereerst Hein van Woerden een korte schets van de geschiedenis daarvan. Het is een zeer leesbare samenvatting van de al bestaande literatuur. Blijkbaar vond de auteur het nodig om heel trouwhartig alle literatuur te behandelen en daarom noemt hij ook de in 1948 gedane suggestie dat de patroon en naamgever van de vroegere St. Jacobskapel/gasthuis op die plaats de H. Jacobus de Mindere in plaats van de H. Jacobus de Meerdere (die van Compostella) zou moeten zijn, iets dat nooit enige steun gekregen heeft en ook pertinent onjuist moet zijn. Door deze kwestie weer op te voeren, zonder tot een gefundeerd oordeel te komen, wordt de lezer niet echt geholpen, hoe leuk ook de draai die hij eraan geeft.
Vervolgens behandelt Ton van Eck de geschiedenis van de orgels in de voorafgaande schuilkerk aan de Appelmarkt (Nieuwe Rijn) en deze kerk. Gebleken is dat er pijpen aanwezig zijn die ergens tussen 1655 en 1669 gemaakt zijn door Hans Wolf Schonat, en dus wordt diens leven en werk vrij diepgaand besproken. Op deze wijze worden ook latere verbeteraars van het orgel voor het voetlicht gehaald: Johannes Duyschot en zijn zoon Andries, de Oostenrijkse orgelmakersfamilie Mitterreither en haar vanaf 1771 te Leiden woonachtige lid Johannes, die in 1769 het orgel ingrijpend vernieuwde, en de fa. Vermeulen te Alkmaar, die het in de periode 1955-1958 naar een andere plek in de kerk overbracht. Dat deze bijdrage vrij diep op allerlei technische zaken moet ingaan, spreekt vanzelf, maar menig lezer zal het gesol met bepaalde orgelpijpen niet met genoegen lezen, als de details al begrepen worden. Jos Laus, adviseur, en Han Reil, orgelmaker te Heerde, beschrijven de restauratie van 2004-2005 en de technische bijzonderheden, met name de aangetroffen inscripties op de oude pijpen. Dat ook dit grotendeels vaktaal is, ligt voor de hand; om er echt van te kunnen genieten is enige basiskennis van orgels niet ondienstig. Kortom, een gemakkelijk leesboek is dit niet, maar als verantwoording van een restauratie is het goed dat het verschenen is. En wellicht kan een koper en lezer nog veel genoegen beleven aan de bijgevoegde CD met orgelmuziek, gespeeld op dit orgel door de nauwstbetrokkenen bij de restauratie.
L.W.E. Rauwenhoff (1828-1889), Apologeet van het modernisme. Predikant, kerkhistoricus en godsdienstfilosoof
P.L. Slis, L.W.E. Rauwenhoff (1828-1889), Apologeet van het modernisme. Predikant, kerkhistoricus en godsdienstfilosoof Uitgeverij Kok, Kampen 2003. 368 p. ISBN 90-435-0812-8.
Dit is een biografie die met ere genoemd mag worden. De auteur, geen theoloog of historicus van professie, mag dan ook ten zeerste geroemd worden. Om van een wat minder bekende theoloog uit de - doorgaans als wat saai gekwalificeerde - negentiende eeuw een doortimmerde levensbeschrijving te geven, is geen kleinigheid. Hier is een voorbeeldige studie ontstaan, die qua literatuur, archiefonderzoek en illustraties nauwelijks iets te wensen overlaat. Uitvoerig wordt het leven en werk van deze Leidse hoogleraar en voordien predikant te Mijdrecht en Dordrecht behandeld. Het leven is wel het leesbaarste deel van het boek; bij de behandeling van het werk, met name de colleges die hij gaf en zijn vele publikaties (alleen al vijftien bladzijden titels, inclusief reacties van derden op die publikaties) bekruipt de lezer wel eens het gevoel dat je een goede thelogische ondergrond moet hebben om dat op waarde te kunnen schatten. Ondanks dat is het een vooral verhelderend boek, dat wie interesse heeft in de stroming van het modernisme heel veel verder zal helpen.
Oud-Katholieke parochie Leiden. 75 jaar kerkgebouw 1926-2001
o.r.v. F. Hubers, G.C. de Rijk, Ch.E. Smit, Oud-Katholieke parochie Leiden. 75 jaar kerkgebouw 1926-2001 Oud-Katholieke parochie, Leiden 2001. 60 p.
Dit eenvoudige boekje behandelt op een aardige wijze de geschiedenis van bouw en gebruik van het bekende witte kerkje aan de Zoeterwoudsesingel hoek Cronesteinkade. De verschillende bijdragen van zowel geschoolde auteurs als gewone parochianen laten tal van facetten zien, al is er maar zelden een onderwerp diepgaand behandeld. Ook leest alles vlot, al kan men zich met name bij het stuk van de oud-pastoor Smit uit 1983 over de fresco’s van Chris Lebeau wel afvragen waarom er niet ingegrepen is en het taalgebruik gemoderniseerd. Dit stuk valt nu uit de toon. Al met al is het een vlotte kennismaking, maar voor diepgravende gegevens moet men bij de vermelde literatuur terecht.